foto
Ruimte voor actie en beweging
Ruimte voor actie en beweging
WZ logo
uit de schoolgids

Brugperiode

Omdat de leerlingen van verschillende basisscholen komen, zorgen de docenten voor een goede opvang en intensieve begeleiding.
  • De eerste kennismaking tussen de nieuwe brugklasleerlingen en mentoren vindt plaats vóór de zomervakantie.
  • Aan het begin van het schooljaar tijdens het brugklaskamp leren docenten en leerlingen elkaar echt goed kennen.
De school heeft maximaal een tweejarige brugperiode. Dit geeft de leerling en de school de kans om met behulp van de determinatieprocedure goed te bepalen, wat het meest haalbare onderwijsniveau is.
  • De leerling wordt geplaatst in een vmbo-t/havo-, een havo/vwo- of een vwo-klas.
  • De technoklasleerlingen worden geplaatst in een havo/vwo-klas.

Kwadrantmodel

Om tot een compleet beeld van de leerling te komen, maakt de school gebruik van het kwadrantmodel. Hierin zijn de capaciteiten, de persoonsontwikkeling, de schoolprestaties en het schoolgedrag weergegeven. Ter aanvulling van dit kwadrant wordt in klas 1 de NIO (Nederlandse Intelligentietest voor Onderwijsniveau) afgenomen.

Beoordeling

De school heeft een tweejarige brugperiode. Dit geeft de leerling en de school de kans om met behulp van de determinatieprocedure goed te bepalen, wat het meest haalbare onderwijsniveau is. De leerling wordt geplaatst in een vmbo-t/havo-, een havo/vwo- of een vwo-klas. De techno-leerlingen worden geplaatst in een havo/vwo-klas.
Om tot een compleet beeld van de leerling te komen, maakt de school gebruik van het kwadrantmodel. Hierin zijn de capaciteiten, de persoonsontwikkeling, de schoolprestaties en het schoolgedrag weergegeven. Ter aanvulling van dit kwadrant wordt in klas 1 de NIO (Nederlandse Intelligentietest voor Onderwijsniveau) afgenomen. Verder vindt in klas 1 een afname van de Cito plaats. Leerlingen maken toetsen op één niveau waarin vaardigheden als toepassing, reproductie en inzicht van de leerling worden gevraagd. Docenten kunnen op deze manier goed in kaart brengen hoe een leerling per toetsonderdeel scoort. Tot slot houden docenten bij hoe een leerling presteert op motivatie, inzet en reflectie.

In mei komen de docenten tot een advies over de verwachte doorstroom van de leerling. Tijdens een driehoeksgesprek in mei/juni wordt het advies met de ouders en de leerling besproken. Aan het einde van het schooljaar wordt het niveau bepaald waarop de leerling in jaar 2 gaat werken.
In klas 2 worden de leerlingen getoetst op het niveau waarop zij gedetermineerd zijn. Mocht gedurende het schooljaar blijken dat het niveau niet passend is bij de leerling, dan kan worden besloten om de leerling verder te laten werken op een ander niveau binnen dezelfde klas. Het definitieve schoolniveau voor leerjaar 3 wordt tijdens de overgangsvergadering in klas 2 bepaald.